Website TemplatesWeb HostingWeb Hosting

    De serie "Americaine"

    De serie "Americaine"

    De serie Americaine, naar men zegt uitgevonden door de Amerikaan Sexton, wordt ook wel de belangrijkste uitvinding van alle serie-spelsoorten genoemd. Deze serie biedt de gevorderde biljarter de mogelijkheid zijn partij in slechts één beurt uit te maken.

    U begrijpt dat inzicht, een soepele afstoot en concentratie zeer belangrijk zijn. Daarnaast vergt het van de speler een enorme dosis doorzettingsvermogen. Een half uur oefenen per dag (minimum) is beter dan één keer in de week drie uur oefenen.

    De volgende richtlijnen dient u ten allen tijden voor ogen te houden:

    De aan te spelen ballen moet met trachten in een hoek van ongeveer 45 graden ten opzichte van de band te behouden. Zie fig. 1.

    De aan te spelen bal die het verst van de band ligt ( hier rood) verplaatst zich evenwijdig aan de band. Zie fig. 1.

    De aan te spelen bal die het dichst bij de band ligt ( hier geel) mag niet:

    ·         Vast aan de band gaan liggen

    ·         Links van de speelbal komen te liggen

    ·         Rechts van de rode bal komen te liggen.

     

    De drie hoofdstoten

    Stoot I

    Gewoon aanspelen ( de gele bal raakt de band niet). Positie a. en b. is in principe gelijk, waarbij opgelet dient te worden dat bij positie a. de speelbal goed exterieur gespeeld wordt ( beter te veel dan te weinig). De speelbal midden hoog raken met rechts effect. Daarna volgt stoot II.

    Na positie b. volgt positie a. of stoot II

      

    Stoot II

    Plaatsingsstoot van de rode bal op de gele bal met een weinig rechts midden hoog effect. Opletten dat de gele bal niet aan de band vast gespeeld wordt. Verder wordt er gezorgd voor een ietwat schuine lijn van de speelbal ten opzichte van de gele bal ( 1 a 2 cm links van de loodrechte lijn).

    Na een correcte uitvoering volgt stoot III

     

     

    Stoot III

    De klotsstoot wordt zo dik mogelijk van geel gespeeld, waarbij opgelet dient te worden dat de speelbal vervolgens de rode bal heel dun raakt en daarna door de gele bal goed naar buiten ( exterieur) wordt geklotst. Het te geven effect is afhankelijk van de lijn die de speelbal maakt  t.o.v. de gele bal.

     

    Let op! Deze stoot wordt pittiger gespeeld als stoot I en II die meer duwend gespeeld worden. Pas indien u de bovenbeschreven posities beheerst kunt u verder gaan met de volgende stoten.

    Veel succes en wees niet te snel tevreden!

     

     

    Bijkomende stoten

    Het systeem van aanspelen, plaatsen en klotsen wordt ook wel de “klotsserie” genoemd. U zult wel gemerkt hebben dat het niet altijd meevalt om de ballen zo aan te spelen zodat ze binnen de familie van stoot I, II en III blijven. Wees gerust want er zijn nog vier andere stoten die binnen een correct gespeelde serie Americaine thuis horen. Dit zijn echter op zich zelf staande stoten die niet als bovengenoemde volgorde gespeeld moeten worden zoals in de serie op de klots.

    De nu volgende stoot staat aan de basis van de “drijfserie”. Dit is een speelwijze waar de gevorderde speler prat op gaat als hij die beheerst en die overigens zeer aan te bevelen is indien men over het midden van de lange band is geraakt ( voorkomt het vele omlopen). Indien correct uitgevoerd kan men deze stoot vele malen herhalen. Ook voor deze stoten gelden dezelfde richtlijnen als van te voren genoemd in a t/m c.

    De positie van de gele bal en de rode zijn gelijk aan stoot I.

    Het verschil zit in de positie van de speelbal. Men kan hier immers van rood of van geel spelen. In dit geval wordt er altijd gespeeld van de bal die het dichtst aan de band ligt ( hier geel).

    Effect en hoogte van aanspelen is afhankelijk van de positie van de speelbal. Deze stoot wordt ook wel de pousséstoot genoemd.

     

     

    Dit is ongeveer de positie van stoot II, maar geel ligt vast of bijna vast aan de band. De rode bal moet nu dun worden aangesneden en goed doorspelen op de gele bal waardoor de speelbal klotst en schuin weg draait in de volgende stoot: stoot VI .

     

     

     

     

    De gele bal moet nu losgeduwd worden waarna men weer een positie krijgt zoals bij I, II, III, IV of V beschreven is.

    De speelbal wordt boven het midden geraakt. Deze positie wordt meestal met links effect gespeeld.

     

     

     

    Dit is in principe stoot III, want men ligt hier geplaatst op de gele bal voor een klots op de speelbal. Het gevaar van biljarderen is hier echter groot. Dit wordt voorkomen door de gele bal wat schuiner aan te spelen en de speelbal naar buiten te trekken ( Exterieur).

    Dit kan liefst zonder, of met een lichte klots gespeeld worden. Het te geven effect is afhankelijk van de positie.

     

     

    Trainen

    Oefen op alle zeven posities, maar beperk u tot twee of drie stootjes zodat u onderlinge verschillen en het karakter van een bepaalde positie leert aanvoelen en met al hun nuances leert spelen.

    Tempo

    Indien u de zeven posities volledig beheerst en regelmatig series van 100 of meer weet te produceren, dan moet u uw tempo gaan opvoeren zodat u een prettig ritme ( cadans) krijgt.

    Veel succes met uw eerste serie van 100!!!!!

    Laatst aangepast (dinsdag, 02 november 2010 16:19)

     
    Enquêtes
    Welke spelsoort vind je het leukst?